Terug naar het overzicht

De schenking

1.1                    Definitie en essentiële kenmerken

Het is in Artikel 894 van ons Burgerlijk Wetboek dat het begrip schenking juridisch wordt gedefinieerd: “de schenking is een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van een zaak ontdoet ten voordele van de begiftigde die ze aanneemt”.

Bovendien omvat een rechtshandeling juridisch 2 elementen om als schenking aanzien te kunnen worden:

Een intentioneel element

Het inzicht om te begunstigen, een vrijgevigheidgedachte (de zogenaamde “animus donandi”).

Een materieel element

Een verarming (in hoofde van de schenker) en een verrijking (in hoofde van de begiftigde) of een vermogensverschuiving zonder gelijkwaardige tegenprestatie.

Het inzicht wordt niet vermoed, maar moet bij betwisting steeds bewezen worden.

1.2                    Schenking versus testament

Er zijn 4 belangrijke verschillen tussen een schenking en een testament.

1.2.1                Je moet leven

Een testament heeft pas uitwerking nadat je overleden bent.

Een schenking gebeurt tussen personen die nog leven.

1.2.2                Aanvaarden of niet

Het testament is een “eenzijdige rechtshandeling”. Alleen de erflater treedt op.

De schenking daarentegen is een “wederkerige rechtshandeling”.

Ze is pas geldig als ze tijdens het leven van de schenker door de begiftigde uitdrukkelijk aanvaard wordt. Een loutere belofte of stilzwijgende aanvaarding tot schenking heeft juridisch geen enkele waarde.

1.2.3                Onmiddellijke overdracht van eigendom

Bij het testament gaat de eigendom van de in het testament omschreven goed pas bij het overlijden van de erflater over op de begunstigde.

De schenking heeft dadelijke uitwerking. Dit betekend dat het geschonken goed onmiddellijk wordt overgedragen en eigendom wordt van de begiftigde. De schenker is vanaf dat ogenblik geen eigenaar meer.

1.2.4                Niet ongedaan maken

Een testament kan je op elk ogenblik veranderen of herroepen.

Een belangrijk kenmerk van de schenking is het definitieve en onherroepelijke karakter. In principe kunt u niet terugkomen op een schenking. Er zijn echter wel een aantal uitzonderingen mogelijk zoals vb. de herroepbaarheid van schenkingen tussen echtgenoten. Een schenking kan ook herroepen worden als de lasten of voorwaarden die de schenker er aan gekoppeld had door de begiftigde niet worden uitgevoerd of gerespecteerd.

1.3                    Het principe van de notariële akte

Ons Burgerlijk Wetboek schrijft voor dat in principe iedere schenking, zowel roerende als onroerende goederen, verplicht via notariële akte moet gebeuren (Art. 931 B.W.).

De schenking via notariële akte wordt ook wel een rechtstreekse schenking of een schenking “pur sang” genoemd.

Voor de schenking van roerende goederen (zoals geld, aandelen, enz.) is er, naast de verplichte notariële akte, vereist dat er een schattingsverslag van de geschonken goederen wordt gehecht aan de schenkingsakte (Art. 948 B.W.). Dit is een document waarin de partijen op expliciete wijze de waarde opgeven van de geschonken goederen.

Een miskenning van dit vormvoorschrift wordt zwaar gestraft. Wie goederen wegschenkt via onderhandse akte doet in feite een nietige schenking. De schenking wordt geacht nooit te hebben plaatsgevonden.

Gelukkig loopt het niet altijd zo’n vaart. Een aantal zogenaamde “alternatieve” schenkingstechnieken – die geen notariële tussenkomst vereisen – worden in ons recht toegelaten. Hierop komen we verder in dit werk terug.

1.4                    Schenking onder last

Wie goederen wegschenkt doet dat vaak met bevende handen. Niet omdat hij (of zij) niet graag schenkt, wel omdat hij zich over duizend en één dingen zorgen maakt. Zal ik nog voldoende overhouden voor mijn oude dag? Wat als de begiftigde voor mij komt te overlijden? Wat als de begiftigde het geschonken vermogen verbrast? Het liefst van al zou de schenker in een glazen bol veruit in de toekomst willen kijken.

Eigenlijk hoeft dit niet. Een schenking kan immers gepaard gaan met een tal van voorwaarden die de schenker de nodige gemoedsrust en vaste slaap waarborgen.

Bij het opleggen van een last mag er echter niet overdreven worden. Wordt de schenking objectief (in waarde) gelijkwaardig aan het voorwerp van de schenking dan is de kans groot dat de rechtshandeling niet langer gekwalificeerd wordt als schenking maar eerder als een rechtshandeling onder bezwarende titel. In dit geval is er niet langer sprake van een “animus donandi”.

Het is op grond van Art. 945 B.W. verboden lasten te koppelen aan een schenking die op zichzelf nog niet bestonden of uitgedrukt waren ten tijde van de schenking. De last mag er ook niet op neerkomen dat de schenker nog mag beschikken over het geschonken goed (Art. 946 B.W.).

Wie dit principe negeert doet een nietige schenking.

vb. Wie schenkt met behoud van de sleutel en/of lettercombinatie van de bankkluis waarin de geschonken goederen liggen – denk aan kasbons, juwelen, … - zondigt tegen deze regel. Zo’n last koppelen aan de schenking is uit den boze want de schenker kan dan blijven beschikken over wat in de kluis ligt.

Koppelt men aan een schenking een voorwaarde, dan laat men haar lot afhangen van een toekomstige onzekere gebeurtenis. De voorwaarde kan opschortend of ontbindend zijn. Schenkt men onder opschortende voorwaarde, dan stelt men de verbintenis die uit de schenking voortvloeit uit tot de toekomstige en onzekere gebeurtenis zich effectief voordoet. Omgekeerd, schenkt men onder ontbindende voorwaarde dan gaat de schenking teniet zodra de toekomstige en onzekere gebeurtenis plaatsvindt.

Hieronder volgen een aantal bedingen die vaak voorkomen in de praktijk.

1.4.1                Schenking met voorbehoud van vruchtgebruik

Men kan zowel onroerende (huizen, gronden, …) als roerende (effecten, meubilair, …) goederen met voorbehoud van vruchtgebruik schenken. De begiftigde krijgt dan slechts de blote eigendom.

Beheer en genot. De vruchtgebruiker heeft het recht om de zaak waarop het vruchtgebruik betrekking heeft te gebruiken en om er genot van te hebben (Art. 949 B.W.). Hij (of zij) heeft eveneens het recht om er de vruchten van op te strijken, dit zijn bv. de huurinkomsten van een onroerend goed, intresten van spaartegoeden en kapitalen, opbrengst van aandelen, enz.

Schenken met voorbehoud van vruchtgebruik laat de schenker toe een zeker inkomstenbehoud te organiseren.

De vruchtgebruiker beschikt tevens over een beheersrecht over de goederen waarop het vruchtgebruik slaat. De blote eigenaar is weliswaar eigenaar maar beschikt over een eigendomsrecht dat van zijn belangrijkste attributen is ontdaan (genot en gebruik).

Tijdelijk. Vruchtgebruik is per definitie een tijdelijk recht. Het dooft automatisch uit als de schenker overlijdt. De begiftigde/blote eigenaar wordt dan volle eigenaar zonder dat hij op het vruchtgebruik nog eens successierechten moet betalen.

De schenker die zich een vruchtgebruik voorbehoudt, kan hiervan uiteraard al tijdens zijn leven afstand doen zodat de begiftigde vervroegd volle eigenaar wordt.

De zaak in stand houden. De vruchtgebruiker heeft de plicht de zaak zelf in stand te houden. Als het vruchtgebruik slaat op zaken die normaal verslijten (linnen, huisraad,…), dan mag de vruchtgebruiker die op het einde van het vruchtgebruik teruggeven in de staat waarin ze zich bevinden (Art. 950 B.W.).

Oneigenlijk/quasi vruchtgebruik. De instandhoudingplicht bestaat niet voor alle soorten van vruchtgebruik. Men kan immers ook vruchtgebruik vestigen op “verbruikbare” zaken.

Als er iemand het vruchtgebruik heeft op uw wijnkelder, dan kan hij zijn recht van genot onmogelijk uitoefenen zonder … de flessen leeg te drinken. De wet lost dit op door de vruchtgebruiker in dergelijke situaties te verplichten op het einde aan de blote eigenaar goederen van gelijke hoeveelheid en gelijke waarde terug te geven.

vb. De vruchtgebruiker die een peperdure St. Emilion in vruchtgebruik geeft, mag op het einde van zijn gebruik geen goedkoop landwijntje afleveren.

Herstelling en onderhoud. Stel dat u een onroerend goed schenkt met voorbehoud van vruchtgebruik. Hoe zit het dan met de herstellings- en onderhoudskosten?

De vruchtgebruiker is wettelijk alleen verplicht om gewone herstellingswerken voor zijn rekening te nemen. De blote eigenaar moet instaan voor de “grove” herstellingswerken (Art. 605 B.W. – Art. 606 B.W.). Men kan dit in het contract over het vruchtgebruik echter anders regelen.

De vruchtgebruiker moet ook de periodieke lasten dragen. Zo zal hij de onroerende voorheffing moeten betalen van het huis dat hij in vruchtgebruik heeft.

1.4.2                Schenking met vervreemdingsverbod

Een zeer drastische manier om controle in de schenking in te bouwen bestaat erin de begiftigde een vervreemdingsverbod op te leggen.

Enige terughoudendheid bij het inlassen van zo’n clausule is dan ook ten zeerste aangeraden. Het is niet toegestaan dat de schenker aan de begiftigde op haast onbeperkte wijze verbiedt het geschonken goed te vervreemden.

Vermits door dergelijk verbod het principe van het vrije handelsverkeer van goederen op de helling wordt gezet, moet men toch voorzichtig te werk gaan. Daarom duldt onze rechtspraak dergelijk vervreemdingsverbod enkel als volgende voorwaarden (cumulatief) voldaan zijn:

·       het vervreemdingsverbod moet beperkt in tijd zijn;

·       het moet een rechtmatig belang dienen.

Zo wordt aanvaardt dat een vervreemdingsverbod dat ingebakken zit in een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik geldig is, omdat het beperkt is in tijd (nl. het leven van de schenker) en een regelmatig belang dient (nl. het rustig genot van de schenker die niet plots geconfronteerd wenst te worden met een wildvreemde blote eigenaar).

Ook een verbod tot vervreemden gekoppeld aan een schenking van familiesouvenirs lijkt aanvaard te worden.

De eindtermijn van het vervreemdingsverbod koppelen aan het overlijden van de schenker is geen probleem. Omgekeerd kan echter niet! Het vervreemdingsverbod is namelijk niet beperkt in tijd voor de begiftigde.

Het rechtmatige belang hoeft niet noodzakelijk het belang van de schenker te zijn. Ook de begiftigde kan een belang hebben, al was het maar de “bescherming tegen zijn eigen onervarenheid”.

1.4.3                Schenking met verbod
tot inbreng in de huwelijksgemeenschap

Wanneer ouders overgaan tot de schenking van goederen aan een gehuwd kind maken ze zich soms zorgen over de goede afloop van het huwelijk van hun jonge telg (het zogenaamde “heksensyndroom”). Wat de schenker wil vermijden is dat het schoonkind bij eventuele echtscheiding met de helft (of meer) van de geschonken goederen gaat lopen.

In principe valt de schenking in het voordeel van het kind in zijn eigen vermogen en niet tot de huwelijksgemeenschap. Het probleem is dat de begiftigde op een bepaald moment kan beslissen een wijziging door te voeren aan zijn (of haar) huwelijksregime en er voor kan kiezen om het geschonken goed in te brengen in de huwelijksgemeenschap.

Dit kan opgevangen worden door in de schenkingsakte een formeel verbod tot latere inbreng in de huwelijksgemeenschap in te lassen.

Eigenlijk komt het neer op een vervreemdingsverbod onder afgezwakte vorm. Het verbod is hier niet beperkt in tijd maar eerder selectief van aard. Men focust op bepaalde personen aan wie niet overgedragen mag worden.

1.4.4                Schenking met beding van conventionele terugkeer

Wat is het lot van het geschonken goed als de begiftigde totaal onverwachts voor de schenker komt te overlijden? Stel: de ouders schenken een wagen aan hun zoon die echter kort nadien in een verkeersongeval het leven laat.

In Art. 747 van het Burgerlijk Wetboek blijkt dat de wetgever deze tragische mogelijkheid zelf voor ogen had. Hierin staat namelijk het principe van de wettelijke terugkeer geformuleerd. Het zijn de bloedverwanten in opgaande lijn (lees: de ouders), en dit met uitsluiting van alle anderen, die de zaken erven, door hen geschonken aan hun kinderen of afstammelingen die zonder nakomelingen zijn gestorven. Voorwaarde is wel dat de geschonken zaken nog in natura aanwezig zijn in de nalatenschap.

Het grote nadeel van de wettelijke terugkeer is dat de ouders die aldus het geschonken goed terug verwerven, hierop successierechten zullen moeten betalen.

Het is precies dit nadelig fiscale aspect dat de schenkers er in praktijk toe brengt om het beoogde effect (de terugkeer van het geschonken goed in hun vermogen) te realiseren via een beding van conventionele terugkeer.

Ook dit is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Art. 951 B.W. laat zoiets toe en bepaalt dat de schenker ten aanzien van de geschonken goederen het recht van terugkeer kan bedingen, hetzij in het geval van vooroverlijden van de begiftigde alleen, hetzij in het geval van vooroverlijden van de begiftigde en zijn afstammelingen.

Zo’n conventioneel beding van terugkeer heeft dan ook totaal andere gevolgen dan de wettelijke terugkeer.

Vooreerst op juridisch vlak. Zo bepaalt Art. 952 B.W. dat dergelijk beding tot gevolg heeft dat alle vervreemdingen van de geschonken goederen inmiddels gedaan door de begiftigde worden vernietigd en dat deze goederen tot de schenker terugkeren zuiver en vrij van alle lasten en hypotheken.

Een tweede belangrijk verschil met de wettelijke terugkeer is dat bij conventionele terugkeer de ouders die het geschonken goed terug in hun vermogen verwerven, geen successierechten verschuldigd zijn.

1.5                    De fiscaliteit van de schenking

De schenkingsrechten zijn sinds 2001 een gewestelijke materie geworden. Om het toepasselijk tarief, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen te kennen, moet men nagaan in welk Gewest de schenker zijn fiscale woonplaats heeft op het moment van de schenking.

Heeft de schenker in de periode van vijf jaar vóór de schenking op meer dan één plaats in België gewoond, dan wordt het tarief toegepast van het gewest waar hij in die periode het langst heeft gewoond.

In het kader van dit werk wordt enkel dieper ingegaan op de tarieven van het Vlaamse Gewest.

1.5.1                Schenkingstarieven in Vlaanderen

In het Vlaams Gewest gelden afzonderlijke tarieven (sinds 2004) voor schenkingen van onroerende goederen en voor schenkingen van roerende goederen. Bovendien bestaat er ook nog een apart tarief voor schenkingen van bedrijfsgoederen.

Nieuw is ook dat vanaf 2004 de schenkingen tussen samenwoners dezelfde schenkingstarieven genieten als deze tussen gehuwden. Onder samenwoners worden zowel de wettelijke als de feitelijke samenwoners verstaan.

Men is wettelijk samenwonend als men op de dag van de schenking een verklaring van wettelijke samenwoning kan voorleggen.

Men is feitelijk samenwonend als men kan aantonen dat men op de dag van de schenking minstens één jaar ononderbroken met de schenker samenwoont en er een gemeenschappelijke huishouding mee voert, waarbij het uittreksel uit het bevolkingsregister als een weerlegbaar vermoeden geldt.

De schenkingstarieven zijn maar van toepassing en verschuldigd als de schenking zelf verplicht registreerbaar is. Dat is het geval, als het document waaruit de schenking blijkt krachtens de fiscale wet verplicht ter registratie moet worden aangeboden.

Tarieven schenking onroerende goederen

Schenkingen van onroerende goederen zijn onderworpen aan de progressieve tarieven. Dit betekent dat het tarief toeneemt in functie van de waarde van het geschonken goed en in functie van de graad van verwantschap die bestaat tussen de schenker en de begiftigde.

BIJLAGE 1: Schenkingsrechten Vlaams Gewest

Bouwgronden kunnen tot 31/12/2009 tegen verlaagde tarieven worden geschonken. Voorwaarde is dat de begiftigde een natuurlijk persoon is en dat het perceel grond volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd is voor woningbouw. Bovendien moet de begiftigde er zich in de schenkingsakte toe verbinden om binnen de drie jaar - te rekenen vanaf datum schenkingsakte - een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen voor het bouwen van een woning. De schenking zelf moet voor 31/12/2009 en bij notariële akte plaatsvinden.

BIJLAGE 2: Schenking bouwgronden Vlaams Gewest

Tarieven schenking roerende goederen

Schenkingen van roerende goederen zijn onderworpen aan volgende vaste tarieven:

·       3% voor schenkingen in de rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden;

·       7% voor schenkingen aan anderen.

Merk op dat het hier om een “vlak” tarief gaat. Wat ook de waarde is van het geschonken goed, het blijft 3% of 7%.

Het grote voordeel van schenkingen tegen deze tarieven bestaat erin dat deze goederen niet onderworpen worden aan het successierecht, zelfs niet bij overlijden van de schenker binnen de drie jaar. Ook het progressievoorbehoud (zie hierna) is niet van toepassing.

Wanneer men daarentegen die zelfde roerende goederen schenkt bij hand- of bankgift of voor buitenlandse notaris zonder deze schenking in België te laten registreren en men overlijdt binnen drie jaar, dan worden de geschonken goederen toch nog onderworpen aan het successierecht.

Tarieven schenking ondernemingen

Ondernemingen kunnen nu in het Vlaams Gewest geschonken worden tegen een tarief van 2%, ongeacht de graad van verwantschap tussen de schenker en begiftigde en ongeacht de belastbare grondslag. De bovengenoemde schenkingen gelden zowel voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid als voor aandelen van vennootschappen.

Er moet evenwel aan een aantal grond- en vormvoorwaarden worden voldaan:

·       Het moet gaan over de schenking van de algemeenheid van goederen of een bedrijfstak of een onverdeeld deel van minimaal 50% waar een nijverheids-, handels-, ambachts-, of landbouwactiviteit, een vrij beroep of een ambt wordt uitgeoefend. Aandelen van een holding of patrimoniumvennootschap komen dus niet in aanmerking voor deze gunstige regeling.

·       De geschonken onderneming moet evenwel zonder onderbreking worden voortgezet en wel gedurende vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de notariële schenkingsakte. Het is ook zo dat die voortzetting niet noodzakelijk door de begiftigden zelf, maar eventueel door een derde mag gebeuren. Het is in deze Vlaamse regeling ook mogelijk om alleen de blote eigendom van de onderneming of de aandelen weg te schenken. Op die manier kan de schenker nog wat controle en zeggenschap behouden over de geschonken onderneming

of aandelen.

·       Alle goederen die geheel of gedeeltelijk als woning worden gebruikt of daartoe bestemd zijn, komen niet in aanmerking voor de gunstige regeling. Bedrijfsmatige onroerende goederen die tot de onderneming behoren, kunnen wel tegen het verlaagde tarief worden geschonken. Als ze binnen vijf jaar na de schenking worden aangewend als woning, zullen de gewone schenkingsrechten op de waarde van de onroerende goederen van toepassing zijn.

·       Wat betreft vormvoorwaarden en sancties, is het zo dat de begiftigde bij het verstrijken van de periode van vijf jaar na de schenking moet aantonen dat de onderneming is voortgezet. Gebeurt dit niet, dan is het progressieve schenkingsrecht plus nalatigheidinteresten en boetes verschuldigd.

Ook qua progressievoorbehoud is bovenstaande Vlaamse regeling gunstig. Een 2% schenking heeft dus geen enkele fiscale invloed meer noch op een latere schenking, noch op de erfenis van de overleden schenker.

1.5.2                Progressievoorbehoud

Bij opeenvolgende schenkingen van onroerende goederen aan dezelfde persoon moet u minstens drie jaar laten tussen elke schenking, zoniet wordt u fiscaal afgestraft door de regel van het progressievoorbehoud.

Het progressievoorbehoud houdt in dat u voor de berekening van het verschuldigd tarief van de schenkingrechten goederen die u tijdens de drie voorgaande jaren werden geschonken, aan de berekeningsbasis toevoegt.

De waarde van de voorgaande schenkingen wordt aan de te schenken goederen toegevoegd, zodat de te schenken goederen in een hogere belastingschijf terecht komen. Het schenkingsrecht zal weliswaar enkel op de te schenken goederen worden geheven, aangezien de voorgaande schenkingen al werden belast.

In het Vlaams Gewest geldt dit progressievoorbehoud evenwel niet voor:

·       schenkingen van bouwgronden tegen verlaagde tarieven in rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden;

·       schenkingen van roerende goederen tegen het tarief van 3% of 7%;

·       schenkingen van ondernemingen tegen het tarief van 2%.