Terug naar het overzicht

XII. PERSONENBELASTING

Zelfstandigen betalen belastingen op hun beroepsinkomen. Daartoe dienen zij jaarlijks een aangifte in bij de Administratie der Directe Belastingen. De Administratie berekent de belasting en stuurt een aanslagbiljet.

Op welke inkomsten moet men betalen ?

De belasting wordt berekend op het netto beroepsinkomen. Dit is gelijk aan het bruto beroepsinkomen min de beroepskosten.

A. AFTREKBARE KOSTEN

  1. De werkelijke beroepskosten

    Er moeten drie voorwaarden vervuld zijn :
    1. De uitgaven moeten verband houden met het beroep. Privé-uitgaven zijn dus uitgesloten. Gemengde uitgaven komen enkel in aanmerking voor het beroepsgedeelte.
    2. Het moet vaststaan dat de uitgaven gedaan zijn.
    3. De uitgaven moeten ofwel effectief gedaan zijn in het jaar waarin men zijn inkomsten behaald heeft ofwel het karakter hebben van een zekere en vaststaande schuld, d.w.z. dat het bedrag van de schuld op het einde van het jaar geboekt moet zijn.


    Bepaalde kosten zijn integraal aftrekbaar. Andere kosten zijn dan weer beperkt aftrekbaar. We sommen ze even voor u op.

  2. Voorbeelden aftrekbare beroepskosten (totaal aftrekbaar)

    • Beroepslokalen
      Huisvestingskosten (hypothecaire intresten, huur, verwarming, ...) zijn aftrekbaar indien ze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het beroep. Voor gebouwen met een gemengd karakter wordt een verhouding vastgesteld tussen het beroeps- en het privé-gedeelte. Deze verhouding wordt toegepast op de totale huisvestingskosten. De onroerende voorheffing is aftrekbaar voor de huurder (mits bewijs van betaling) én voor de eigenaar. De huurwaarborg mag alleen afgetrokken worden indien ze door de eigenaar werd geïnd ter betaling van achterstallige huurgelden of van schadevergoeding. Indien de huurprijs ook een garage omvat moet het aftrekbare gedeelte afzonderlijk berekend worden. Deze huurprijs valt immers onder de aftrekbeperking van 75 % voor autokosten. Herstellingen zijn aftrekbaar voor zover zij aan het gebouw geen hogere waarde geven.
    • Telefoon
    • Portkosten
    • Bureelbenodigdheden, kantoormateriaal, enz.
    • Sociale bijdragen
    • Bijdragen vrij aanvullend pensioen
    • Bijdragen kleine risico's


  3. Voorbeelden beperkt aftrekbare kosten

    • Voertuigen
      Verplaatsingen van en naar het werk zijn forfaitair aftrekbaar aan 0,15 euro per kilometer. De kosten i.v.m. financiering en mobilofoon mogen boven dit forfait afgetrokken worden. Andere beroepsmatige verplaatsingen zijn slechts aftrekbaar voor 75 %. De kosten van brandstof, financiering en mobilofoon zijn 100 % aftrekbaar m.b.t. deze andere verplaatsingen. De aankoopprijs van de wagen moet worden afgeschreven.
    • Reizen
      Uitgaven voor een studiereis of voor het bijwonen van een congres of colloquium zijn beroepskosten indien zij noodzakelijk zijn om het beroepsinkomen te verwerven of te behouden.
    • Relatiegeschenken en restaurantkosten
      Aftrekbaar voor 50 %.
    • Beroepskledij
      Enkel de uitgaven met betrekking tot specifieke beroepskledij zijn aftrekbaar. Kleding die doorgaans in het privé-leven wordt gedragen is dus niet aftrekbaar.


  4. Bewijs

    Men is in beginsel verplicht om de beroepskosten te bewijzen.

    Voorbeelden

    Facturen, kwitanties, nota's, ontvangstbewijzen of andere BTW-documenten, fiscale ontvangstbewijzen, andere documenten die door een wettelijke bepaling opgelegd zijn.

    Voor sommige uitgaven en lasten is het niet gebruikelijk dat bewijsstukken worden gevraagd of verkregen, met name voor de representatiekosten, onderhoudsproducten voor de bedrijfslokalen, kleine kantoorkosten, reis- en congreskosten in het buitenland en sommige kosten betreffende het gemengd gebruik van een auto (benzine, car-wash). Men moet de hoofdcontroleur overtuigen dat men deze uitgaven heeft gedaan. Hiertoe kan men alle bewijsmiddelen aanwenden (getuigen, feitelijke vermoedens).

  5. Forfaitaire kosten

    De zelfstandigen waarvan het inkomen als "baten" gekwalificeerd wordt (doorgaans betreft het hier de beoefenaars van vrije beroepen), kunnen hun beroepsuitgaven ook op forfaitaire wijze berekenen. Naast deze forfaitaire aftrekpost, kunnen zij ook hun betaalde sociale bijdragen, de bijdragen aan het vrij aanvullend pensioen en de ziekenfondsbijdrage voor de kleine risico verzekering als beroepskost inbrengen.

    Berekening forfaitaire beroepskosten
    Bruto-inkomen (Inkomstenjaar 2014 Aanslagjaar 2015
    Tot 5 710 28,7 %
    Van 5710 tot 11 34010 %
    Van 11 340 tot 18 8805 %
    Vanaf 18 8803%
    Maximaal 3 950



B. DE BELASTINGTARIEVEN


De belasting wordt progressief berekend. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het te betalen percentage.
Een gedeelte van het inkomen wordt niet belast (inkomsten 2013): belastingvrije som : 6990
                      

Deze belastingvrije som wordt éénmaal per gezin verhoogd in functie van de gezinstoestand, bv. :
  • 1 490,00 voor 1 kind;
  • 3 820,00 voor 2 kinderen;
  • 8 570
  • ,00 voor 3 kinderen;
  • 13 860
  • ,00 voor 4 kinderen;
  •   
  • 5 290,00 voor elk volgend kind.


Belastingtarieven
Inkomsten 2003 (aanslagjaar 2004)
Tot 8 590 25 %
van 8 590 tot 12 220 30 %
van 12 220 tot 20 37040 %
van 20 370 tot 37 33045 %
vanaf 37 330 50 %


C. VOORAFBETALINGEN

Zij die zich voor de eerste maal als zelfstandige in hoofdberoep vestigen, zijn vrijgesteld van een belastingvermeerdering wanneer er onvoldoende of niet werd voorafbetaald. Het jaar waarin de werkzaamheid aanvangt, wordt voor een volledig jaar geteld. Uiteraard blijven de belastingen verschuldigd. Wie deze betaling wenst te spreiden kan op regelmatige tijdstippen toch een voorafbetaling uitvoeren. Bovendien wordt voor elke voorafbetaling een bonificatie toegestaan.

Vanaf het 4de jaar moeten alle zelfstandigen ieder kwartaal een deel van de verschuldigde belastingen vooraf betalen teneinde een belastingsvermeerdering te vermijden.